‘Drink koemelk rijk aan vitamine D’, predikt nonkel Bob. De kinderen zingen het luidkeels in koor met hem. ‘Millleke, Melleke, Mol, doe het melkglas nog eens vol. Karwietsel, Kardietsel, Kardol.’ prevelen mijn zesjarige vader en zijn lieflijke zussen. Elke dag drie glazen melk meester maken en sparen voor een lidkaart bij de melkbrigade. Vrolijk paradeert elk kind ter lage landen met het kenteken van melkbrigadier.
Melk in overvloed, melk in zijn eenvoud, wit en vol.
Ik spreek van de jaren 50, 60 toen men nog (niet) beter wist . De periode dat mijn grootmoeder met mijn vader aan de hand over de veldweg liep. Ze wandelden opwaarts , naar haar schoonouders, zijn grootouders, boeren, verse melk halen. Mijn oma melkte de koe, toornde de gevulde aluminium kruik mee naar huis, kookte het goedje en gaf al haar kindermonden te eten.
Een tijdsbeeld dat ons, moeders vandaag tot verbeelding overlaat.
Vandaag, melk in tienvoud, alle geuren en kleuren, verrijkt met voedingsbestandsdelen waarvan men amper beseft wat de toegevoegde waarden inhouden. Men maakt het moederhoofd zot. De mama die haar kind de beste melk wil geven, weet het niet meer. Een overspoelde melkmarkt waar de koe niet meer te bespeuren valt. De koe kan niet meer met de voeten worden getreden want ze is allang vertrapt naar buitenlandse weiden. Al wandelend geraken we niet meer tot bij haar, tenzij men over héél véél tijd beschikt. De koe melken, zit er ook niet meer in. Een moeder met een baby uitmelken daarentegen is dagdagelijkse praktijk om dan haar hoofd te tergen met alweer een nieuwe, verse melk. Een melk, weliswaar, poeder of niet, onmisbaar voor uw baby zijn volwaardige groei. Kiezen maar.
U twijfelt, vraagt raad op forums, aan melkspecialisten. Ach moeder toch, melk toch niet meer. Laten we eens ten volle beseffen, dat gewone melk meer dan voldoende is. We hoeven niet beter te weten, volle melk voor de baby volstaat. Luister naar de wijze grootouders, wijler nonkel Bob en kijk naar uw volgroeide ouders. Volle melk is gezond voor elk.